Het aantal zelfstandige leraren is de afgelopen jaren fors toegenomen. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat er momenteel bijna 60.000 zzp’ers werkzaam zijn in het onderwijs, tegen 26.000 in 2003.

De AVS deed vorig jaar onderzoek naar de inzet van zzp-docenten. Daaruit blijkt dat 22 procent van de scholen regelmatig gebruikmaakt van deze leraren. Ook blijkt dat 36 procent van de scholen een beroep doet op uitzendbureaus of headhunters om een vacature in te vullen. „Soms is het nodig om een tijdelijke kracht in te zetten, bijvoorbeeld als een leraar ziek wordt”, stelt AVS-voorzitter Van Haren.

„Het bespaart ellende, zoals het noodgedwongen naar huis sturen van kinderen. Op korte termijn is het een oplossing, maar op lange termijn een absolute valkuil.”

Jan-Willem Duim werd twee jaar geleden invaller: ’Meer vrijheid door flexwerk’

„Ik ben juist overgestapt op het zzp-schap om scholen te helpen”, zegt Jan-Willem Duim (37). „Dat gaat niet via een detacheringsbureau of een andere partij. Daarvoor heb ik bewust gekozen. Het is namelijk niet zo dat zzp’ers duurder zijn. Ik werk omgerekend voor hetzelfde lerarensalaris als iemand in vaste dienst.”

Duim is al vijftien jaar werkzaam in het onderwijs, waarvan de laatste twee jaar als fulltime flex-leerkracht. Hij geeft momenteel les op drie verschillende basisscholen in de omgeving van Amsterdam. „Scholen kunnen gebruikmaken van zzp’ers om uitval van leerkrachten voor te zijn of op te vangen. Het gaat dan om docenten die bijvoorbeeld tegen een burn-out aan zitten of een tijdje zijn uitgeschakeld vanwege griep.”

Duim geeft aan dat de werkdruk en administratieve werkzaamheden in het onderwijs niet de redenen zijn dat hij zzp’er is geworden. „Ook zzp’ers hebben te maken met administratie. Bovendien is het een onzeker bestaan. Het komt voor dat je een week voor de klas staat en dat je daarna een paar dagen niks hebt. Maar je hebt als zzp-leraar wel meer vrijheid.”

De werkzaamheden zijn voor zzp-leraren anders dan voor reguliere docenten. Duim: „Als je voor een nieuwe klas komt te staan, wil je iedereen wel binnen een half uur leren kennen. Welke leerling heeft meer begeleiding en aandacht nodig bijvoorbeeld? Aan de andere kant hoef je niet bij elke vergadering te zitten, maar krijg je een verslag via de e-mail.”

TELEGRAAF.NL