Lerarentekort Het lerarentekort wordt steeds nijpender. Toch zijn er duizenden leraren die voor de klas zouden kunnen staan.

‘Er zijn gewoon geen mensen meer”, verzuchten basisschooldirecteuren als je ze vraagt naar het lerarentekort. In Amsterdam gaan maandag zelfs zestien basisscholen een week dicht, zodat het personeel kan nadenken over oplossingen voor het tekort. Punt is: in theorie zijn die mensen er wél. Zo’n 11.000 werknemers uit het primair onderwijs ontvangen op dit moment een werkloosheidsuitkering. Dan zijn er nog eens 16.500 mensen met een pabo-diploma die buiten het onderwijs werken. Terwijl het verwachte tekort in 2024 ‘slechts’ zo’n 5.000 voltijdbanen is. Ook in het voortgezet onderwijs is er een grote groep met een diploma die in theorie de tekorten kan oplossen. Waarom lukt dat dan niet? En uit welke groepen leraren valt nog wél te putten om het tekort te bestrijden, los van de nieuwe pabo-studenten en zij-instromers? Die zijn pas over een paar jaar klaar en niet met genoeg om alle gaten te vullen.

Werklozen

De ‘stille reserves’ in het onderwijs bestaan deels uit werklozen. Zij zijn om allerlei redenen hun baan kwijtgeraakt: ze zijn uitgeblust, functioneerden niet, hun contract liep af of ze waren boventallig.

Ruim 10.000 van hen hebben een lesbevoegdheid voor het primair onderwijs, blijkt uit een onderzoek van Regioplan van dit voorjaar. Twee derde is ouder dan 55 jaar. De onderzoekers denken dat zo’n 2.750 mensen in potentie weer voor de klas kunnen staan.

Joyce van Wilsem werkt bij het Participatiefonds, dat werkloze leraren reïntegratietrajecten biedt en schoolbesturen helpt bij hun personeelsbeleid. Het fonds betaalt bijvoorbeeld de kosten voor het bestuur als de reïntegratie van een docent na een jaar toch niet succesvol blijkt.

„Vraag en aanbod matchen niet altijd”, vertelt ze. „In krimpregio’s zijn minder vacatures en mensen verhuizen niet zo snel. Jongeren doen dat wel, maar die kunnen dan weer geen woonruimte in de grote stad vinden.”

Sinds 1 juli 2018 heeft het fonds de aanpak meer op de persoonlijke behoeften van ww’ers afgestemd. Ze krijgen bijvoorbeeld coaching of bijscholing. Sindsdien zijn er 771 mensen weer aan de slag gegaan, van wie 548 binnen het primair onderwijs. Het doel is om volgend jaar 1.500 mensen weer aan het werk te hebben geholpen, in of buiten de klas.

Wat niet helpt, is dat bijna 4.400 mensen uit het primair onderwijs een bovenwettelijke uitkering ontvangen. Dat is het gevolg van cao-afspraken uit de jaren negentig tussen werkgevers en bonden. Schoolbesturen die vervroegd pensioen aantrekkelijker wilden maken maakten er de afgelopen jaren, een periode van leerlingenkrimp, gebruik van, maar spenderen nu 134 miljoen euro onderwijsgeld aan ww’ers.

Bevoegden buiten de klas

Bijna 17.000 mensen met een pabo-diploma werken buiten de klas, Margreet de Vries is een van hen. Ze is directeur van EDventure, de vereniging van adviesbureaus voor onderwijs en jeugdhulp.

„We vroegen ons af: hoe kunnen we op korte termijn bijdragen aan een oplossing voor het tekort?” zegt ze. Het werd de ‘calamiteitenpoule’: een database met mensen zoals De Vries, die een lesbevoegdheid én een baan hebben en een paar keer per jaar willen bijspringen. De Vries heeft dat zelf vorig jaar gedaan op de school van haar kinderen. „We roepen werkgevers op om in hun personeelsbestand te kijken wie een pabo-diploma heeft”, zegt ze. „En hun de mogelijkheid te geven drie dagen per jaar ad hoc in te vallen. Dat betekent dat ze op hun eigen werk alles uit hun handen moeten laten vallen.”

Ze benadrukt dat dit geen structurele oplossing is. „De poule is bedoeld als laatste mogelijkheid, voor als de leerkrachten ziek zijn en de invallers op. Het lerarentekort is uiteindelijk een probleem van de hele samenleving.”

Op de site lerarentekortisnu.nl, een initiatief van docenten, houden scholen bij hoe ze de gaten ‘oplossen’ die door bijvoorbeeld ziekmeldingen ontstaan. Er staan onbevoegden voor de klas, parttimers komen een dag extra terug, klassen worden verdeeld of naar huis gestuurd, of ze zetten een gepensioneerde in. Bij ruim 5.000 leerlingen is dat sinds de zomervakantie gebeurd.

Zelfstandigen

Er is ook een groeiende groep docenten die wel voor de klas wil staan, maar onder eigen voorwaarden, niet in vaste dienst. Het aantal docenten in het basis- en voortgezet onderwijs dat zich heeft ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, steeg tussen 2015 en 2019 van zo’n 200 naar bijna 500 (die cijfers zijn een indicatie). Het aantal zzp’ers steeg met name in de Randstad.

Zzp’ers kunnen zich onttrekken aan de vergaderingen en bureaucratische rompslomp waar vaste docenten mee te maken hebben. En ze zijn vrij om hun werk zelf in te richten. Dan zijn er ook docenten die zich laten inhuren via een payrollbedrijf of detacheringsbureau. In 2017 is 4 procent van de personeelskosten in het primair onderwijs besteed aan ‘personeel niet in loondienst’.

Sommige van die bureaus zijn scholen een doorn in het oog, omdat ze, in de woorden van een directeur, „enorme prijzen” vragen voor „ongeschoolde leerkrachten”. De openbare basisscholen in Amsterdam hebben daarom afgesproken geen leerkrachten meer in te huren via bureaus.

Maar ook voor de uitzenders wordt het steeds moeilijker om mensen te vinden. „We vissen allemaal in dezelfde vijver”, zegt Suzanne von der Dunk, directeur van Randstad Onderwijs.

Om die vijver te vergroten, pleit ze voor de ‘hybride docent’. „Een paar dagen lesgeven naast een bestaande baan. We hebben bijvoorbeeld een architect die ook twee dagen wiskunde geeft. Dat houdt mensen en het onderwijs fris.” Randstad leidt ook mensen uit overschotvakken op in tekortvakken.

Maar zelfs een grotere vijver is geen garantie voor een oplossing, ziet ze. „Er zijn de afgelopen jaren duizenden mensen naar binnen getakeld in de zorg, maar die waren in no time weer vertrokken vanwege de hoge werkdruk en de bureaucratie. Dat gebeurt hier ook als er niet structureel iets bínnen het onderwijs verandert.”

Jannette Biemond (29) flexleerkracht

„Toen ik vijf dagen per week in loondienst was, liep ik tegen veel complexe problemen aan. Daarnaast moet ik meer dan tien vakken voorbereiden, de ouder-kindgesprekken, de sinterklaasviering. Het was zo veel dat er weinig ruimte was voor verdieping. Geregeld ging ik in het weekend naar school.

„Op een gegeven moment heb ik hulp gevraagd. Een bijna-gepensioneerde leerkracht kwam mij een keer per week coachen. Daar heb ik zo veel aan gehad. Daarom heb ik me aangemeld als zzp’er bij het non-profitplatform flexleerkracht.

„Schoolbesturen zijn voorzichtig met zzp’ers. Mijn doel is om naast de huidige leerkrachten te staan, niet om ze te vervangen. Als ze met een detacheringsbureau samenwerken, zijn ze twee of drie keer zoveel kwijt en dat is zonde van onderwijsgeld. Ik krijg omgerekend een gewoon lerarensalaris, alleen moet ik er rekening mee houden dat ik soms een maand geen werk heb en ik moet de werkgeverslasten betalen. Dus dat zit in de prijs.

„Ik zie dit als een tussenstop. Ik ben me aan het oriënteren op ander werk, vanwege de werkdruk ook buiten het onderwijs.”

Ben Hulshof (66) Docent Nederlands

„Ik was nog lang niet uitgekeken in het onderwijs, maar in april werd ik 66 jaar en drie maanden en eindigde mijn contract. Ik paste mijn LinkedInprofiel aan en wist niet wat me overkwam: ik werd overspoeld door recruiters die me benaderden voor een klus.

„Mijn vrouw en ik hadden net een reis geboekt. Eindelijk, na al die jaren in het onderwijs, zouden we buiten de schoolvakantie weggaan. Ik wilde graag weer les gaan geven, maar die vakantie wilde ik niet verzetten. Ik zou dus pas ergens in september kunnen beginnen, behoorlijk lastig normaal gesproken. Maar nee hoor, dat was absoluut geen probleem. Ook mijn salaris en de dagen waarop ik wilde werken: allemaal geen probleem. Het maakte me wel duidelijk dat de nood verschrikkelijk hoog is.

„Ik ben niet de enige gepensioneerde docent: veel oud-collega’s staan weer voor de klas. Ik ken een docent aardrijkskunde van 73. Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar toen ik in de jaren tachtig solliciteerde waren er honderd mensen voor één baan. Ik had mijn sollicitatiebrief op gekleurd papier geschreven, daardoor sprong ik eruit.”

Martin Lanting (39) flexleerkracht

„Ik ben altijd bewust invalleerkracht geweest. Lesgeven aan complexe klassen, is mijn specialisatie. Het past mij om patronen te herkennen en een klas weer op de rit te krijgen. Wat had ik zelf prettig gevonden als kind? Met die bril probeer ik ernaar te kijken. Zodra er een routine is, vind ik het minder interessant.

„ De afgelopen jaren heb ik wel dertig, veertig scholen gezien. Ze hebben allemaal een eigen lesmethode. De ene school werkt met iPads, de andere met Snappets. Ze richten hun rapporten en weekplanningen anders in. Ik zie wat in de praktijk werkt.

„ Ik moet er zelf voor zorgen dat scholen mij weten te vinden. Dat doe ik door besturen te benaderen en mijn verhaal te vertellen. Ik beschouw invallen als een vak apart. Een leerling typeerde mij ooit als ‘leuk streng’: dat is zoals ik het wil hebben.

„In loondienst wordt van je verwacht dat je in schoolcommissies zit en bij vergaderingen bent. Nu kan ik me helemaal richten op het lesgeven. Ik ben heel gemotiveerd om mijn werk goed te doen. Als ik geen kwaliteit lever, dan heb ik geen werk. Die druk werkt prettig voor mij.”